Afgelopen zaterdag – 3 oktober – was het 800 jaar geleden dat Franciscus van Assisi overleed. Daar wordt in de katholieke kerk uitgebreid bij stilgestaan. De feestdag van Franciscus (Francesco) is op 4 oktober. Franciscus had veel aandacht voor de natuur en de dieren. Vandaar dat dierendag op zijn feestdag wordt gevierd.
Onze oud-predicant Gert Jan de Bruin schreef over Francesco van Assisi het volgende artikel.
Wie of wat inspireert ons? Een vraag die met vele te vermenigvuldigen is: wat brengt ons in beweging, wat of wie verwarmt ons hart? Zijn we niet voortdurend op zoek naar wat ons in het leven smaakt? Ik heb die vraag regelmatig gesteld en hoorde dan namen uit de wereldgeschiedenis, maar net zo goed mensen die in een zekere anonimiteit leven of leefden. Inspirerend was een oma of opa, een klassenleraar op de middelbare school, een vrouw die een cursus weergaloos leidde. Velen halen inspiratie uit de natuur: bloemen, bomen, imponerende watervallen. Het meest genoemd wordt muziek, een lied. Liederen doen wat met ons, raken ons, weten te ontroeren. Soms gaan we op de vleugels van een lied en durven onze zwaartekracht vergeten. Zie hoe mensen tot zingen komen, in een voetbalstadion, op de hei of in een kerk. Zingen geeft bevrijding, hoorde ik van lieddichter Willem Barnard. Om hem te citeren: ‘Bevrijding uit mijn smalle ik. Uit een cocon ontpopt, opnieuw geboren, zal ik tot de gevleugelden gaan behoren, er groeit een halleluja uit een snik.’
Laat ik Francesco van Assisi als antwoord geven op de vraag naar wie of wat inspirerend is. Kort geleden was ik weer in Assisi om met anderen in zijn spoor te gaan. Onlangs was het 3 oktober en stonden we stil bij zijn achthonderdste sterfdag in 1226.
Ik neem u een moment mee naar het Umbrië van eind twaalfde, begin dertiende eeuw en vertelt kort wat over zijn leven. Francesco heeft een vrolijke jeugd heeft, jaren met spel en zang. Feestjes worden niet versmaad, hij is een vrolijke Frans. Op school blinkt hij niet uit, maar hij krijgt een redelijke kennis van het Latijn. De Franse taal leert hij van zijn moeder of vader, of van beide ouders. Hij zingt graag. Over ‘zakgeld’ heeft hij bepaald niet te klagen. Hij geeft veel uit en krijgt van zijn ouders soms te horen dat hij zich niet als hun zoon, maar als een zoon van een groot vorst gedraagt.
Volwassen geworden zoekt hij naar bestemming. Die ligt niet klaar al heeft vader Pietro een mogelijke taak voor zijn zoon al ingevuld. Maar te zijner tijd de stoffenwinkel van zijn vader overnemen ziet Francesco niet zitten. Langzaam neemt hij afstand van zijn luxe, onbezorgde leventje, alsmede afstand van zijn ouders, vrienden en dorpsgenoten.
Je komt in de grote stad of op vakanties in het buitenland mensen tegen die bedelen. Iets doen, niets doen, wegkijken? Zijn de verslaafden en daklozen van vandaag de melaatsen in het Italië van toen? Dat kon je in Francesco’s dagen overkomen: opeens oog in oog staan met een melaatse. Je zult in die tijd maar getroffen zijn door die ziekte. Of je hoog in aanzien staat of een arme sloeber bent, maakt niet uit. Wie heeft niet een spontane afkeer bij het zien van verminkingen? Het was toen en is nu nog steeds hetzelfde liedje. Weg! De mensen in Assisi gruwen van je, je stinkt. Je moet de stad uit, weg uit het land van de levenden. Beneden in het moerassige dal moet je maar zien dat je het rooit. Je hoort tot het ‘uitschot’ van de samenleving.
Op een dag komt Francesco tijdens een rit te paard een melaatse tegen. Hoe vaak is hij er niet in een boog voorbij gegaan? Soms gooit hij wat geld naar een zieke. Maar hij blijft altijd op afstand. Deze keer is het anders. Het zien van deze uitgestotene raakt Francesco diep. Hij gaat voor hem door de knieën, geeft een geldstuk, raakt hem aan, de melaatse steekt ook zijn hand uit, ze omhelzen elkaar. Een gebeurtenis die zijn leven een wending zal geven. Francesco komt er in zijn testament, vlak voor zijn dood, op terug: “Zo heeft de Heer mij tot een leven van boetvaardigheid gebracht. Toen ik in zonden leefde, stemde het zien van melaatsen mij bitter. De Heer bracht mij in hun midden en ik heb hen barmhartig behandeld. En toen ik van hen wegging, was wat mij bitter toegeschenen had in zoetheid naar ziel en lichaam veranderd.”
Een nieuwe impuls voor zijn bestemming, ontvangt hij op een dag in een klein vervallen kerkje, vlak bij Assisi. Biddend bij een Christusbeeld lijkt het als klinkt er een stem: Francesco, mijn huis is in verval. Ga heen en bouw het weer op. Die opdracht neemt hij heel letterlijk. Hij breekt en bouwt en ondertussen metselt hij ook aan een nieuw leven. Maar nog is er geen helderheid over zijn levenstaak. Tot hij op een dag de woorden van Jezus over de roeping en uitzending van de discipelen hoort. Woorden die aan zijn diepste verlangen raken. “Dit is wat ik wil, dit is wat ik zoek.” Francesco gaat door het land trekken en het leven van een pelgrim leiden. Overal waar hij komt, wenst hij mensen vrede en roept hen op te leven met God. Sommigen verslijten hem voor een gek en bespotten hem, maar bij anderen vindt hij gehoor.
Al heel gauw zijn er, tot zijn verrassing, mensen die zich bij Francesco willen aansluiten. Zolang ze met weinig zijn, is het te overzien. Als ze met z’n twaalven zijn, ontstaat er een beknopte regel. Een paar woorden over de broederlijke omgang en een paar bijbelteksten. “Geen broeder mag de baas zijn over een andere broeder; zij zullen elkaar dienen en de voeten wassen.” En er staat in de regel iets over het verbod op geld: “de broeders die dat kunnen, moeten gaan werken, voor het werk mogen ze van alles aannemen als het maar geen geld is.” Hoe zei Jezus het zelf ook al weer? Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee. De paus vindt de regel te streng maar geeft toch groen licht.
Mag het niet opmerkelijk heten dat de broederschap, ondanks de radicaliteit van Francesco en zijn makkers van het eerste uur, in razend tempo groeit? Velen die zich aansluiten, aan hun eigen leven niet genoeg hebben. Tegelijk zie je na verloop van jaren dat de beweging verandert, zich verwijdert van de mens met wie het allemaal begon. Francesco is niet langer de spil van de beweging. De franciscaanse regel wordt verschillende malen herschreven, accenten komen anders te liggen. De beweging groeit de aanstichter boven het hoofd.
Francesco vind ik een inspirerend antwoord op Jezus’ appel: volg mij. Hij laat zien dat geloven hem wat mag kosten. Geloven is niet de weg van de minste weerstand gaan, geen goedkope genade. Hij lijkt op Jezus’ eerste leerlingen die hun broodwinning eraan gaven, met vissen ophielden. Daarmee leert hij ons dat je Jezus niet alleen ontmoet in de verkondiging of in het breken van het brood, maar ook of vooral in de meest kwetsbaren van de samenleving. In de melaatsen, de zwervers, de daklozen en vluchtelingen kom je Jezus tegen.
Zijn leven met de dieren en zijn inzet voor vrede laat ik hier ongenoemd. Wel noteer ik hier nog dat Francesco een scherp oog had voor wat geld of bezit met mensen doet. Zijn keuze voor ‘Vrouwe Armoede’ heeft iets van een protest tegen het opkomende kapitalisme van zijn dagen. Wie vandaag kritiek heeft op de grote verschillen tussen arm en rijk, op de uitwassen veroorzaakt door het neoliberalisme, vindt in Francesco een bondgenoot.
Ik schreef recent een liedje over Francesco dat wat meandert langs memorabele momenten in zijn leven:
Hij drinkt het leven gulzig in,
uit alles spreekt zijn levenszin.
Loopt door de stad, een zomer lang
klinkt op de pleinen zijn gezang.
Een stedentwist, een grof schandaal,
het strijdperk wordt hem haast fataal.
Hij komt er diep verwond vandaan,
kan op die weg niet verder gaan.
Hij zoekt, zijn leven als een vraag
bij arm en rijk, bij hoog en laag.
Hij treft een zieke, wat te doen?
Springt van zijn paard, geeft hem een zoen,
Een sprekend kruis: herstel mijn kerk,
hij bedelt stenen, gaat aan ‘t werk.
Ziet mensen komen en al snel
bouwen zij mee aan de kapel.
Zij trekken samen er op uit:
een vredegroet, een nieuw geluid.
Voor ieder mens een woord van trouw,
weet je bemind, God houdt van jou.
Francesco schrijft een lied van licht,
Gods schepping is een groot gedicht.
Ontdek in water, vuur en wind:
God is ons allen goed gezind.
28 september 2026, Gert Jan de Bruin
Dit bericht wordt automatisch verwijderd op vrijdag 6 november 2026 om 18:56







